Compassie is een humanistisch begrip dat in bijna alle levensbeschouwingen voorkomt. Maar dit begrip wordt in elke taal op een andere manier uitgedrukt. Om de betekenis van ‘compassie’ in de islam uit te leggen, moeten we daarom eerst het wereldbeeld van deze Semitische religie begrijpen.
Taal is het definiëren van aspecten van de realiteit die de mens in zijn leefwereld tegenkomt. Taal is niet alleen communicatie tussen mensen, maar ook tussen de mens en zijn realiteit. Het is de chaos ordenen. Hoe een cultuur zijn realiteit ervaart, wordt bepaald door de omgeving, die zo de taal vorm geeft. Een volk die in een jungle leeft, ervaart de wereld compleet anders dan iemand die in een stad woont, en de verschillen in deze ervaringen van het bestaan zullen wij terugzien in hoe dingen gedefinieerd worden. Talen verschillen dus niet alleen in klanken, maar ook in wereldbeelden.
Arabisch is de taal van de Koran, de primaire bron van de islam. Deze behoort tot de Semitische talenfamilie uit het Midden-Oosten waartoe ook het Bijbelse Hebreeuws en het Aramees behoren. De ontstaansomgeving van deze talen is de woestijn. Het woord dat het begrip compassie in deze talenfamilie uitdrukt is het stamwoord Rahima, waarvan de originele betekenis baarmoeder is. Het woord Rahima drukte bij de vroege semi-nomaden de verzorging van het kind in de baarmoeder. Na de geboorte blijft de moeder doorgaan met het geven van verzorging, liefde, compassie, zachtheid en bescherming zodat het kind kan blijven ontwikkelen. Alle functies van de baarmoeder worden door de moeder na de geboorte voortgezet. Het woord Rahima kun je daarom definiëren als ‘het geven van ontwikkeling en verzorging zoals een moeder’.
De Arabieren leefden in de woestijn buiten de directe invloed van de grote rijken Perzië en Romeins Byzantium. Hun wereld was hard; extreme hitte overdag, stervende vrieskou in de nacht, en weinig plekken waar genoeg water was voor mensen, dieren of landbouw. De bronnen voor leven waren schaars, en er werd constant om gestreden. In deze leefwereld was geen ruimte voor geweldloosheid of gelijkheid tussen man en vrouw.
En in dit harde bestaan spreekt Mohammed in het jaar 610 deze woorden:
“In naam van God, de Absolute Rahima (al-Rahman), Degene die Rahima constant geeft (al-Rahim)”
Met deze woorden begint - op één na - elk hoofdstuk van de Koran. Hiermee wijst ze Rahima aan als de belangrijkste eigenschap van God. God is als het ware een baarmoeder voor het hele bestaan. Wij zien dus ook al vanuit de mensen in Mekka snel een reactie komen: “En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Werp u neer voor al-Rahman", zeggen zij: "En wat is die al-Rahman?” (Koran 25:60)
God als een gever van verzorging, liefde, compassie en ontwikkeling paste niet in het harde nihilistische wereldbeeld van de Arabieren. Maar de Koran liet hen op een andere manier naar het bestaan kijken met het inzicht dat alles in constante ontwikkeling is. “Mijn Rahima omvat alle dingen.” (Koran 7:156)
De Koran wees erop dat alle mensen gelijk zijn, want iedereen is via de baarmoeder ter wereld gekomen: “O, mensheid!, wees bewust van jullie Heer, Die jullie van één enkele bestaan schiep en vandaar uit een gelijksoortige schiep en uit hen beiden mannen en vrouwen verspreidde. En wees bewust van God in Wiens naam jullie een beroep op elkaar doen, en betreffende jullie oorsprong uit de baarmoeders (al-Arhama).” (Koran 4:1)
Hieruit vloeide ook een inclusief wereldbeeld waarbij niet-moslims werden geaccepteerd als medegelovigen: “Voorzeker, de mensen die geloven, en de mensen die Joods zijn, en de Christenen, en de mensen die andere geloofsovertuigingen hebben, ieder van hen die in God geloven en het Hiernamaals, en daden doen die rechtvaardigheid en vrede creëren, zij zullen hun beloning bij hun Heer hebben, en zij zullen geen angst hebben en zij zullen niet treuren.” (Koran 2:62)
De Koran veranderde het Arabisch wereldbeeld van een harde nihilistische bestaan naar een wereldbeeld van progressieve ontwikkeling (Rahima), vrede en welzijn (Salaam) en gelijkwaardige rechtvaardigheid (Adl).
In de eerste vier eeuwen van de islam ontwikkelden moslimgeleerden nieuwe natuurwetenschappen en een balans tussen religie en filosofie die de basis vormden van de Verlichting. Ibn Rushd (1198), de Marokkaans-Spaanse moslimfilosoof , wordt de voorvader van het huidige secularisme genoemd omdat hij een van de grote inspirators van de Rooms-katholieke theoloog Thomas van Aquinas (1274) was die via Rushd’s commentaar op Aristotles de basis legde voor Natural Law, de natuurlijke wet waaruit wij onze mensenrechten halen. Voor vroege islamitische rechtsgeleerden was de wet, zoals in de woorden van de jurist Ibn Aqil (1119), er voor de welvaart van de mensheid. Deze bloeiperiode van kennis en humanisme stagneerde na de 12e eeuw.
Maar de oorsprong van deze stagnatie ontstond al vlak na de dood van Mohammed, toen de eerste moslims buiten hun oude leefwereld gingen wonen. Zij namen de machtsgedragingen van de Byzantijnen en Perzen over, en hun wereldbeeld veranderden van bevrijders, naar die van overheersers. En daarmee veranderden ook de definities waarmee zij de wereld omschreven. Iemand vanuit een machtspositie genade verlenen werd de nieuwe betekenis van Rahima. God was niet meer de verzorger en ontwikkelaar van jouw bestaan, maar de genadegever in het Hiernamaals. Ditzelfde gebeurde met andere Arabische termen waardoor moslims de Koran helemaal anders zijn gaan begrijpen. Naast de veranderde leefwereld veroorzaakten ook de latere burgeroorlogen en de grootschalige inval van de Mongolen in 1258 een verstarring in de islamitische cultuur en theologie die nog steeds te voelen is. Voor een herleving van het humanisme in het islamitisch gedachtegoed moet er weer inzicht verkregen worden in hoe de Koran de 7e eeuwse semi-nomadische Arabieren veranderde.
Rahima, compassie, geeft een positief toekomstbeeld. Het is daardoor van belang om dit tot kernbegrip van ons denken en handelen te maken. Het veranderde de harde wereld van de 7e eeuwse Arabieren tot een van de hoogst ontwikkelde beschavingen in de geschiedenis qua kennis en humanisme. Het creëerde de Europese Verlichting, en de huidige cultuur van democratie en mensenrechten hebben wij deels te danken aan die introductie van compassie. Maar de huidige wereld is aan het verstarren doordat wij als buren, culturen en landen, geen moeite doen om elkaar te begrijpen en elkaar daardoor te weinig met compassie benaderen.
“O, mensheid! Wij hebben jullie uit het mannelijke en vrouwelijke geschapen en Wij hebben jullie tot volkeren en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar leren begrijpen. Voorzeker, de meest geëerde bij God zijn de meest rechtvaardigheidsbewuste onder jullie. Voorwaar, God is Alwetend, Alkennend.” (Koran 49:13)
Vanuit het islamitisch perspectief moeten wij God volgen: “Hij heeft Zichzelf COMPASSIE (al-Rahmat) voorgeschreven” (Koran 6:12). Want daarmee zal ons wereldbeeld ten goede veranderen.
Dit artikel werd op 9 november 2010 als lezing gegeven voor het Symposium ‘Compassie als een interreligieus pleidooi’ bij het Dominicanenklooster Huissen voor het Handvest voor Compassie (www.handvestvoorcompassie.nl). Het is daarna verschenen in het Dominicaanse tijdschrift ‘Geloven Onderweg’. Arnold Yasin Mol is ambassadeur voor het Handvest voor Compassie en redactielid bij Nieuwemoskee.